Stiefouders en stiefkinderen: betalen of niet?

Eveline Dirks
29 december 2017
Familie-, Jeugd- en Erfrecht


Wat moet een stiefouder betalen voor zijn of haar stiefkinderen. Deze vraag komt steeds vaker aan de orde en steeds vaker is het niet meer zo vanzelfsprekend dat de stiefouder ook daadwerkelijk dient te betalen.

Door te trouwen met een partner die al kinderen heeft ontstaat er een onderhoudsverplichting voor zijn of haar kinderen. De vraag is in welke mate van een stiefouder kan worden verwacht bij te dragen in deze kosten. Is deze van gelijke of ondergeschikte rang ten opzichte van de ouders?

In principe zijn de verplichtingen van gelijke rang en wegen dus even zwaar. De omvang van de verplichting hangt af van de omstandigheden van het desbetreffende geval. Belangrijke factoren in deze afweging zijn: 1. het bestaan van een nauwere verwantschap tussen de ouder en het kind dan de stiefouder en het stiefkind, 2. de draagkracht (wat kan er worden betaald) van de ouder en de stiefouder, 3. de verhouding tot ieder van de onderhoudsplichtigen (ouders en stiefouders).

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 15 augustus 2017 op basis van deze factoren beslist dat de financiële verplichting van de stiefouder naar het stiefkind wordt gematigd. Op basis van de gebruikelijke rekenmethode zou een groot deel van de kosten van het kind voor rekening van de stiefouder. Dit acht het gerechtshof onredelijk. De alimentatie wordt daarom gelijk gesteld aan een derde van de behoefte van het kind en op die manier gelijk verdeeld over de twee ouders en de stiefouder. De rechtbank Overijssel gaat in een beslissing op 4 augustus 2017 in een vergelijkbare zaak nog verder. Daar is de onderhoudsverplichting van de stiefouder geheel buiten beschouwing gelaten. Het is dus de moeite waard om als stiefouder discussie te voeren over jouw aandeel in de kosten van een stiefkind.

Voor meer informatie neem contact op met Eveline Dirks op 072-2001042 of dirks@knuwer.nl!

Gerechtshof Amsterdam 15 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3300

Rechtbank Overijssel 4 augustus 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:3184